Nederlands

The Art Newspaper Russia: "Project van SCI in Omsk is combinatie theorie en praktijk"

The Art Newspaper Russia: "Project van SCI in Omsk is combinatie theorie en praktijk"

Thu, 2015-05-21

Het originele artikel op de website van The Art Newspaper Russia vindt u hier: http://www.theartnewspaper.ru/posts/1671/
 

Hieronder de Nederlandse vertaling. 
 

DE GROTE EN UITERST IJVERIGE NEDERLANDERS

 

Door Dmitri Bavilski

 

Het gezamenlijke project van regionale musea van de Russische Federatie en de Stichting Cultuur Inventarisatie (SCI) zal in het Omsk Museum, dat als platform optreedt, voortduren tot 2017.

 

Foto boven: Presentatie van de bundel van de tweede internationale conferentie in het Grabar Centrum voor conservering en restauratie, Moskou, 12 maart 2015.

 

De Stichting Cultuur Inventarisatie, die in 1997 werd opgericht, houdt zich bezig met het inventariseren en catalogiseren van voorheen onbekende collecties Nederlandse en Vlaamse kunst die zich buiten Amerika en Europa bevinden. Lia Gorter, directeur van SCI, herinnert zich nog goed hoe de langdurige inventarisatie van deze School van Nederlandse en Vlaamse kunst die over de hele wereld verspreid is, is begonnen. SCI kreeg een fax van het Nationale Museum van Cuba, waarop de lokale kunsthistorici een lijst met voorlopige toeschrijvingen van acht schilderijen van Nederlandse en Vlaamse kunst vermeldden. In de collectie van het Museum bleken zich 175 Nederlandse en Vlaamse schilderijen uit de 17de eeuw te bevinden, die verder in geen enkele catalogus zijn vermeld. Sindsdien is het moeizame werk begonnen van het documenteren van scherven van het eens zo machtige culturele imperium.

 

Een groot deel van de werkzaamheden van SCI richt zich op de collecties in de Russische regionale musea. Grote hoofdstedelijke collecties – het Poesjkin Museum in Moskou en de Hermitage in St. Petersburg – zijn ontsloten en beschreven in grote catalogi, terwijl er in vrijwel elk regionaal museum niet-gedocumenteerde schilderijen, beeldhouwwerken en andere objecten van Nederlandse en Vlaamse origine te vinden zijn. En totdat de Nederlanders met het echte leven van de Russische musea werden geconfronteerd was het de belangrijkste taak van SCI, in nauwe samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Restauratie Atelier Limburg (SRAL), om een gemeenschappelijke database op te zetten van alle items van Nederlandse en Vlaamse kunst die in museale collecties zijn opgeslagen, bijvoorbeeld uit Rusland. Dergelijke informatie is onmisbaar voor de studie van het leven en werk van kunstenaars die minder bekend zijn dan Rubens of Rembrandt. En bij de toeschrijving van nieuw ontdekte schilderijen. En bij het maken van grote tentoonstellingen, waarbij zelden gebruikte meesterwerken nooit overbodig zijn.

 

Door het beschrijven van de verspreide Nederlandse en Vlaamse kunst in musea van de Oeral en Siberië, kwamen de Nederlandse experts er echter al snel achter dat de collega’s hulp nodig hadden. En niet alleen door middel van informatie, maar ook door middel van wetenschappelijk-praktische seminars (tot op heden zijn er twee seminars gehouden, in juni 2015 vindt het derde seminar in Omsk plaats: “Wetenschappelijk Onderzoek en Restauratie van Nederlandse en Vlaamse Schilderijen uit de XVII-XIX Eeuw”) Een van de eerste lezingen van het tweede seminar (gepubliceerd in het boek over dit seminar, onlangs uitgegeven door het M.A. Vrubel Museum in Omsk) ging over de invloed van het klimaat op paneelschilderijen (Bart Ankersmit-RCE). Een andere lezing ging over de invloed van licht en allerlei andere soorten straling op museale collecties (René Hoppenbrouwers (SRAL), een derde: hoe een goede restauratietafel gebouwd kan worden om delen van paneelschilderijen opnieuw aan elkaar te zetten (Kate Seymour, SRAL). Kort gezegd: theorie en praktijk gaan hand in hand. 

 

Eerst hebben specialisten van SCI en De Lakenhal de collecties van het centrale deel van Rusland onderzocht en beschreven, en pas daarna zijn ze naar de Oeral en Siberië gegaan. Tijdens de eerste reizen in deze gebieden zijn Nederlandse kunsthistorici en restauratoren er in geslaagd in slechts één maand 40 musea met interessante werken te bezoeken, waaronder Yekaterinburg, Vladovostok, Irkoetsk, Novosibirsk, Tomsk, Tyumen en Chelyabinsk. Een van de meest representatieve collecties Nederlandse en Vlaamse kunst in de Oeral regio bevindt zich in Omsk, dat nu is uitgegroeid tot het centrum van dit internationale programma. Nu nemen medewerkers van het Omsk Regionale Museum deel aan internationale tentoonstellingen, gaan naar Europa om kennis te nemen van ervaringen van collega’s en organiseren bijeenkomsten en seminars. En misschien wel het allerbelangrijkste – zij bereiden zich voor op de opening van het interregionale restauratieatelier in Omsk, waaraan de provinciale musea evenveel behoefte hebben als aan kundig, betrouwbaar management.

 

Bron: 20 maart 2015, The Art Newspaper Russia